Biografie

Biografie

Opleiding, symposia, erkenning, realisaties en geselecteerde kunstkritieken

Katy De Bock

Over mij

Geboren in Gent op 27 augustus 1957.

Katy De Bock beoefent een unieke plaats in het Belgische kunstlandschap als tapijtweefster en beeldend kunstenares. Haar oeuvre omvat monumentale sisaltapijten, collages, tekeningen en aquarellen, met een meesterlijke herinterpretatie van weef- en collagetechnieken.

Studies

  • Brugge, Instituut H. Familie: Plastische Kunsten en Regentaat (1969–1975–1977).
  • Antwerpen, Koninklijke Academie voor Schone Kunsten: hoger kunstonderwijs – monumentale kunsten – specialisatie tapijt (1977–1980).
  • Antwerpen: diploma „Meester in de Beeldende Kunsten”, optie vrije kunsten – vrije monumentale (25 juni 1998).

Symposia en workshops

  • Genk (België), Flacc: ‘Papierscheppen’, o.l.v. Maria Diduch (1999).
  • Tilburg (Nederland), Textielmuseum: ‘Metamorfose’, o.l.v. Kate Wells (1999).
  • Tilburg (Nederland), Textielmuseum: ‘Krimpdruk’, o.l.v. Nicky den Breejen (2000).
  • Tilburg (Nederland), Textielmuseum: ‘Textiele beeldspraak’, o.l.v. Grethe Wellejus en Bitten Hansen (2000).
  • Tilburg (Nederland), Textielmuseum: ‘Techno-textiles, Colbond non wovens, heat and manipulation’, o.l.v. Frances Geesin (2001).
  • Tilburg (Nederland), Textielmuseum: ‘Transferdruk’, o.l.v. Nicky den Breejen (2001).
  • Meldert (België): ‘Aardpigmenten en hun kleurenrijkdom’, o.l.v. Jean Decoster (2002).
  • Meldert (België): driedaags gebeuren rond lokta – Cannabis sativa – plantaardig verven, o.l.v. Jean Decoster (2002).
  • Tilburg (Nederland), atelier Karina Van Vught: ‘Indiase beitsdruk’, o.l.v. Hilde Van Braeckel (februari 2002).
  • Tilburg (Nederland), Textielmuseum: ‘Rubberrame’, o.l.v. Janet Bloor (april 2002).
  • Tilburg (Nederland), Textielmuseum: ‘Nassen, printen op zijde met gekleurde rijstpasta’, o.l.v. Akemi Nakomo Cohn (november 2002).
  • Tilburg (Nederland), atelier Karina Van Vught: masterclass ‘Smart materials & new printing technology’, o.l.v. Zane Berzina (maart 2005).
  • Tilburg (Nederland), atelier Karina Van Vught: masterclass ‘Shibori – a deeper pleat – digital printing’, o.l.v. Ana Lisa Hedstrom (augustus 2006).

Studiereizen

  • China (1988)
  • New York (2000)
  • Finland (2003)

Bekroningen

  • Brussel: eerste prijs wandtapijten, 1980. Nationale Commissie Kunstambachten – met tapijt: ‘Leven en dood’.
  • Antwerpen: tweede prijs ‘Bell Telefoon’, 1980. Van de Club der Twaalf.
  • Brugge: 1981 – gouden medaille Kunstkring Iris.
  • Ninove: 2004 – prijs van de pers, voor Wolkenreeks.
  • Zonhoven (Limburg): 2004–2005 – wedstrijd kunstintegratie rusthuis H. Catharina – textiele tegels en sisaltapijt worden geïntegreerd.
  • Zedelgem: 2005 – derde prijs, ontwerp cultuurprijs.
  • Zedelgem: 2006 – kunstintegratie met 22 textiele tegels in het nieuw gemeentehuis.
  • Gent: 2007 – 2e laureaat „Arts + Sports Trophy 2007” op de Vlaamse kunstbeurs Lineart.
  • Gdynia (Polen): 2025 – geselecteerd voor de 13th Baltic Mini Textile.

Eervolle vermeldingen

  • Brussel: 1986 – kartonontwerpen tapijt voor de Generale Bank (nu Fortis).
  • Wilrijk: 1980 – kartonontwerp voor cultuurcentrum.
  • Dendermonde en St.-Pieters-Leeuw: kartonontwerpen (1987).
  • Brugge: 2002 – selectie provinciale prijs kunstambachten West-Vlaanderen.
  • Lasne: opgenomen in ‘PIRON’: Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des 19e et 20e siècle.
  • Krefeld: Textielmuseum – geselecteerd voor rondreizende tentoonstelling ‘LiturgieGewänder’.
  • Merelbeke: kunstenaarsportret in tijdschrift ISEL (mei–juni 2006).

Belangrijke realisaties

  • Torhout: 1998 – opdracht tapijt in bloemenzaak: ‘Die letzte rose’.
  • Handzame: 1999 – opdracht tapijt voor de kerk: ‘Hiërogliefen’.
  • Handzame: 2002 – opdracht tapijt voor de kerk: ‘Heaven and Earth’ – de maan.
  • Privé-integraties: 2002 – met textiele tegels.
  • Zonhoven: 2004–2005 – rusthuis H. Catharina, integratie textiele tegels en sisaltapijten.
  • Privé-opdrachten: Gent–Brugge – met textiele tegels en zijdereliëfs.
  • Torhout: 2006 – integratie sisaltapijt ‘Heaven and Earth’ in de kerk Don Bosco.
  • Zedelgem: 2006–2007 – integratie met textiele tegels in het nieuw gemeentehuis.

Kunstkritieken

Wij gebruiken wellicht wat al te gemakkelijk de term uniek wanneer wij het over een kunstenaar hebben die op een persoonlijke wijze een bepaalde discipline hanteert of interpreteert. Die term zouden wij eigenlijk moeten voorbehouden aan mensen zoals Katy De Bock die niet alleen verrast omwille van de manier waarop zij werkt maar ook omwille van de intensiteit waarmee zij onder meer de begrippen collage en tapijtweven vertolkt en ze een ander gelaat geeft, een andere dimensie.

Dit zijn immers geen collages zoals wij gewoon zijn te zien en tapijtweven doet allicht wat al te veel denken aan een weefgetouw dat op zijn minst een enkele lijn in één keer vastlegt. Het creëren van een tafereel dat uit kleurige draden is samengesteld en waarin inderdaad de horizontale draad de verticale ontmoet, waarin de dialoog tussen schering en inslag een langdurig verloop kent zoals Katy De Bock die beoefent is een oude techniek – te traag voor de dag van vandaag – die Roger Bonduel destijds tijdens zijn lessen aan zijn studenten had uitgelegd – terloops wellicht. Wat over de hoofden van alle anderen als iets voorbijgestreefds is, weggegleden in de diepe put van het vele vergeten, is bij één van zijn leerlingen de inspiratiebron geworden voor experimenten met materie en kleur, met subtiel reliëf, met uitbeelden en suggeren.

Ik meen te weten dat Katy De Bock al eerder de gobelintechniek heeft toegepast. Nu weeft zij draad na draad, kleur na kleur, horizontaal met een naald tussen de verticale, strakgespannen draden slingerend. Zo groeit aldus een vleugje schaduw, een streepje licht, de beginnende tint van wat een bloem zal worden, de vingertop van een zonnestraal, de donkerte van een schip op het water, een scherfje zomer, een kort streepje esthetisch welbehagen.

De meester heeft gezien hoe zijn leerlinge zich ontplooide en hoe zij een vergeten techniek weer leven gaf, meer nog, hoe zij op een meesterlijke wijze steeds verder ging, hoe zij vanuit een verbaal evoceren een zelden gezien, een uniek kunstwerk maakte en enthousiast haar vondst, haar ontdekking herhaalde, nauwgezet, lyrisch, geïnspireerd tot de verbeelding sprekend van al wie schoonheid boven verval, esthetiek boven agressie verkiest.

De manier waarop zij haar werken presenteert, haar geweven sieraden onder meer – ik vind de term tapijt niet suggestief genoeg voor dit geschitter – getuigt ook al van haar zin voor orde en klasse, voor iets puurs dat tevens eenvoudig is en functioneel. Het is u daarnaast allen duidelijk dat de kunstenares de simpele dingen die haar vergezellen vertelt en wat sublimeert zoals zon en bloemen, licht en landschap, een wereld van sereniteit, zee en luchten, een stilleven, een tafel die symbool is van gezelligheid, een interieur, kleuren die gelukkig maken. Dat verwezenlijkt zij met honderd draden van kleur, maar ook op papier en met vlokken van tengere materie.

Zoals zij, omringd door talloze draden een landschap weeft, zo schildert zij met papier, met stukjes rood en groen, geel en paars, blauw en noem maar op, met draadjes van papier, zijdepapier uit Japan, bladen die zij zelf heeft gekleurd en waar zij bloemblaadjes van afscheurt. Opnieuw geeft zij blijk van uiterste nauwgezetheid en aandacht voor het detail net zoals bij het weven van draden. Af en toe wordt aan een tafereel wat verf toegevoegd, heel even maar, want vaak zijn haar collages niets anders dan een groot net van draadjes, van vlekjes kleur, van tastbare sfeer, van transparantie die een getekende ondergrond reveleert. Van dat tekenen zijn hier enkele sprekende voorbeelden aanwezig. Ook hier blijkt dat eenvoudige gegevens zoals een hondekop en waterlelies in een verheven beeldtaal kunnen worden omgezet indien talent aanwezig is.

Het is u allen duidelijk, neem ik aan, dat Katy De Bock een boeiende en aantrekkelijke beeldtaal hanteert. Haar figuratie, die een verhaal is van een haar omringende realiteit is er één van raffinement en poëzie tezelfdertijd, van liefde voor het detail dat het totaalbeeld echter niet verstoort. Die figuratie is kleurig in haar collages, dromerig in haar textiele werken, gevoelig en gevat in haar tekeningen. Haar techniek in haar collages en haar tapijten wekt verbazing en bewondering in grote mate omwille van het uitzonderlijk geduld waarmee toetsen van kleur en van werkelijkheid worden geplaatst, en omwille van de veelheid van emoties of spanningen die zelfs een klein werkje in zich bergt. Maar die eerder materiële of technische bijzonderheid mag de beeldende uitstraling van ieder werk niet overschaduwen, in die zin dat hoe merkwaardig en subtiel het opbouwen van een tafereel ook mag zijn en hoezeer zij de nostalgie mag oproepen van de dingen die zijn voorbijgegaan, toch de hedendaagse eigenheid van dit gehele oeuvre niet uit het oog mag worden verloren.

— Hugo Brutin, 1997

Als tapijtweefster bekleedt ze een unieke plaats in het Belgische kunstwereldje. Haar reeks ‘Heaven and Earth’ – sisaltapijten gegroeid uit een kosmisch verlangen – gooit, terecht, dertien ogen bij liefhebbers van monumentale kunst. Een romantische bezieling kenmerkt ook haar collages en aquarellen, maar vooral haar textiele werk op kleinere formaten. Steeds frapperen de vernuftige omgang met het materiaal, haar intense betrokkenheid op de natuur, de liefde voor licht en kleur.

— Frans Boenders, juli 2000

Dat de dierenhuiden evenaren moet allicht de oorsprong geweest zijn van de weefkunst die uiteraard in eerste instantie een kunde was en is. Hoe kunnen we ons verwarmen met de huid van het schaap zonder het te moeten villen? is misschien de primaire vraag die aan de basis ligt van het textiel.

Het antwoord is zowat het toppunt van cultuur: wol scheren en weven. Niet als techniek is dit zozeer een hoogtepunt, maar als gedachte. ‘Textiel’ is niet voor niets verwant, etymologisch, met ‘text’, het weven van letters en woorden tot taal. Dat soort verbindingen maken is de kern van de cultuur.

De tijd dat textiel louter functioneel was, is lang voorbij. Dat het mogelijkheden gaf om tot kunst te behoren, toont ons de geschiedenis van het wandtapijt. De draad als kleurlijn is evenwaardig aan de verftoets in de schilderkunst. Dat neemt niet weg dat als noodzakelijk ambachtelijk de textielkunst het ook te verduren kreeg onder de avant-garde. Vandaag nog is ze verdacht van kneuterige vrijetijdsbesteding te zijn.

Katy De Bock toont ons het alternatief ervan. Met textiel maakt zij monumenten. Al dan niet geïntegreerd in de architecturale ruimte. Ze maakt hierbij gebruik van de opstapeling van lagen. Wat tevens de mogelijkheid geeft overweldigend over te komen. Daarenboven speelt ze handig in op het potentieel van het pigment. Draden zijn niet zomaar eventjes gekleurd. Het zijn zuignappen van exuberante hoeveelheden kleurstoffen, waardoor het coloriet zo sterk en zo diep overkomt.

— Willem Elias, 2008

Start een gesprek

Interesse in een werk, een project of een bezoek aan het atelier? Ik hoor graag van u.

Neem Contact Op